Belangrijkste verkeersregels voor voetgangers

Voetgangers zijn weggebruikers, maar geen bestuurders. U loopt dus op het trottoir of voetpad.

  • Als het trottoir of voetpad ontbreekt, mag u op het fietspad of op het fiets/bromfietspad lopen.
  • Als ook het fietspad of het fiets/bromfietspad ontbreekt, dan mag u in de berm of op de buitenste zijde van de rijbaan lopen.
  • Als u langs de weg loopt, mag u zelf weten of u links of rechts loopt, maar groepen voetgangers moeten aan de rechterkant te lopen. Buiten de bebouwde kom bent u niet verplicht om links van de weg te lopen als er geen voet- of fietspad is.
  • Op een (woon)erf mag u midden op straat lopen; het verkeer is te gast en mag hoogstens 15km/u rijden.

 

Oversteken: bij voorkeur op een oversteekplaats voor voetgangers.

  • Wanneer er een zebrapad met verkeerslichten aanwezig is, moet u deze gebruiken. Als het voetgangerslicht op rood springt terwijl u aan het oversteken bent, dan mag u doorgaan met oversteken.
  • Zijn er geen verkeerslichten, maar is er op minder dan 30 meter een zebrapad, dan moet u  die gebruiken.
  • Is er geen oversteekplaats voor voetgangers, kies dan een plek uit waar u goed ziet én goed gezien wordt. Steek bij voorkeur niet over in een bocht, op een helling, onder een brug of tussen geparkeerde voertuigen.

 

Voorrang aan voetgangers

Bestuurders moeten voorrang verlenen aan:

  • Voetgangers die oversteken op zebrapaden of op het punt staan zich erop te begeven.
  • Blinden die zijn voorzien van een witte stok met een of meer rode ringen.
  • Alle personen die zich moeilijk voortbewegen, bijvoorbeeld voetgangers met een stok, looprek of rollator.

Maar niet iedereen houdt zich daar aan. Houdt dus altijd rekening met naderend verkeer, ook al heeft u voorrang.

Voor wie?

Wat krijgt u?

Hoe komt u eraan?

Bronnen:
vvn.nl

www.theoriewereld.nl