Lopen en bewegen

Door veroudering en lichamelijke klachten verandert het looppatroon. De kwaliteit van lopen kan hierbij in de loop der jaren verminderen waarbij uw lichaam zich soms ongemerkt aanpast. Het kan zijn dat u niet gemerkt heeft dat u langzamer bent gaan lopen, met kleinere passen of misschien zelfs meer schuifelend bent gaan lopen. Alledaagse bewegingen zoals lopen zonder loophulpmiddel, traplopen of bijvoorbeeld het opstaan van een stoel kunnen hierdoor lastiger worden.

Naast normale veroudering kunnen verschillende oorzaken bijdragen aan een achteruitgang van het lopen en bewegen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u met momenten duizelig bent of dat u medicijnen gebruikt die het lopen/ bewegen nadelig beïnvloeden.

Daarbij kan het zijn dat u moeilijker bent gaan lopen na een val vanwege pijn of omdat u minder durft te bewegen. In dat geval kan het zinvol zijn om te proberen méér te gaan lopen, of -als het alléén niet lukt-  de hulp van een fysiotherapeut in te roepen.

Het kan ook zijn dat uw balans verminderd is. Beweegactiviteiten die (mede) gericht zijn op het verbeteren van de balans, kunnen helpen om meer gevoel en controle over uw balans te  krijgen.

Maar het kan ook zijn dat er toch meer aan de hand is waardoor u moeilijker loopt, bijvoorbeeld als uw gevoel in de benen/voeten niet optimaal is, of bij de ziekte van Parkinson. Als u hier meer duidelijkheid over wilt kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts.

 

 

Voor wie?

Wat krijgt u?

Hoe komt u eraan?