• i Goed voorbereid op pad

    Voordat u naar buiten gaat is het verstandig om goed na te gaan wat u precies buitenshuis gaat doen en wat u daarvoor nodig heeft.

    Door over de volgende vragen vooraf goed na te denken kunt u goed voorbereid op pad gaan!

    • Hoe lang ga ik naar buiten? Wat kan ik lichamelijk goed aan?
    • Wat ga ik precies doen? Welke knelpunten en obstakels kan ik op mijn route tegen komen en ben ik daar goed op voorbereid? Heb ik daarbij hulp nodig en durf ik dat te vragen aan bekenden of vreemden?
    • Wat zijn de weersvoorspellingen?
    • Heb ik (loop)hulpmiddelen nodig om veilig op pad te gaan?
    • Draag ik de juiste bril?
    • Heb ik stevig schoeisel aan?
    • Is het verstandig om samen met iemand op pad te gaan?
    • Moet ik mijn medicatie meenemen?
    • Heb ik voldoende gegeten en gedronken?
  • i Toegankelijkheid openbaar vervoer

    Het openbaar vervoer is ook voor veel ouderen een goede manier om zich te verplaatsen. Hieronder wat algemene tips als u met het openbaar vervoer reist en meer informatie over wat over de toegankelijkheid geregeld is.

    Algemene Tips

    • Schroom niet om hulp te vragen aan medepassagiers bij het in- en uitstappen als u die hulp goed kunt gebruiken. De meeste mensen helpen u graag!
    • Niet alle buschauffeurs houden rekening met mensen die minder mobiel zijn of een minder goede balans hebben. Ze beginnen bijvoorbeeld al te rijden voordat u zit. Aarzel niet om, al bij het instappen, de buschauffeur te vragen te wachten met rijden totdat u zit.
    • Bereid uw treinreis goed voor, zodat u voldoende tijd heeft om rustig naar uw trein te lopen. Soms moet u namelijk flink wat meters afleggen om bij uw trein te komen.
    • De meeste bussen hebben speciale zitplaatsen, onder andere voor ouderen. Schroom dus niet om te vragen of u op die plaats mag zitten. En gelukkig zijn er ook mensen die u sowieso graag hun zitplaats aanbieden.

    Bus

    • Alle bussen hebben een lage vloer, zodat in- en uitstappen gemakkelijker is.
    • De bushaltes moeten toegankelijk zijn gemaakt. De haltes zijn net zo hoog als de vloer van de bussen. 
    • Voor blinde en dove reizigers worden de tussenstations omgeroepen en aangegeven op het scherm.
    • De meeste bussen hebben speciale zitplaatsen. Deze zijn voor oudere reizigers, mensen met kleine kinderen, zwangeren en mensen met een lichamelijke beperking. Als zij op die zitplaats willen zitten, moeten andere reizigers hun plaats afstaan.

    Trein

    • Veel stations zijn goed toegankelijk voor mensen met mobiliteitsbeperkingen omdat ze voorzien zijn van liften en/of hellingbanen.

    Metro

    • Op de metrostations moet een lift of hellingbaan aanwezig zijn. Zo kunnen mensen die slecht ter been zijn op het perron komen.
    • Ook moet het perron even hoog zijn als de metro, zodat mensen gemakkelijk kunnen instappen.